Uw administratie op orde!

Schaf op termijn de huidige kleine ondernemersregeling (KOR) af en vervang deze door een regeling die toegankelijk wordt voor meer mkb-ondernemers. Dit stelt de Europese Commissie (EC) voor in fiche 7 die onlangs naar de Tweede Kamer is gestuurd. De EC wil de KOR vervangen door een vrijstelling voor kleine ondernemers zonder recht op btw-aftrek. De vrijstelling wordt gekoppeld aan een omzetdrempel die per bedrijfssector mag variëren op basis van objectieve criteria. Per lidstaat geldt hiervoor een bovengrens van € 85.000 en in de hele EU geldt een bovengrens van € 100.000. Daarnaast stelt de EC een overgangsperiode voor.

 

In de overgangsperiode mag de ondernemer de vrijstelling blijven gebruiken, mits hij/zij de omzetdrempel in de loop van het kalenderjaar met niet overschrijdt met meer dan 50%.

Vereenvoudigingen
De EC stelt ook vereenvoudigingsmaatregelen voor. Zo zouden alle ondernemers met een jaaromzet in de EU van maximaal € 2 miljoen onder de definitie ‘kleine ondernemer’ moeten vallen. Ten aanzien van de vrijgestelde kleine ondernemers stelt de EC de volgende maatregelen voor:

  • geen factuurverplichting meer;
  • achterwege laten van de verplichting om btw-aangifte te doen; of
  • niet of eenvoudiger registreren voor btw-doeleinden.

De EC stelt ten aanzien van de niet-vrijgestelde kleine ondernemers de volgende maatregelen voor:

  • vereenvoudigde registratie- en administratieverplichtingen;
  • verplicht de mogelijkheid aanbieden om jaaraangifte te doen, in combinatie met de keuze voor een korter aangiftetijdvak;
  • geen verplichting tot tussentijdse btw-afdracht.

De EC stelt een inwerkingtredingsdatum voor van 1 juli 2022. Het kabinet ondersteunt de voorstellen van de EC, maar geeft de voorkeur aan een datum per begin van het kalenderjaar. Er is nog niet vastgesteld in welk kalenderjaar de wijzigingen zullen ingaan.

Een echtpaar heeft een eigen woning, waarop een hypotheek rust van € 750.000. Zij verhuizen in 2009 naar een nieuwe woning, waarvoor zij voor € 1.510.000 aan leningen zijn aangegaan.
De man trekt de rente voor de bestaande en de nieuwe leningen af. In 2013 is de voormalige eigen woning nog steeds niet verkocht.
Aangezien dan de 3-jaarstermijn is verstreken, vervalt de renteaftrek voor deze lening.
Die lening is namelijk aangegaan voor de oude woning en kan daardoor geen lening zijn voor de nieuwe woning, oordeelt Rechtbank Gelderland.

Wanneer u als ondernemer schulden hebt, kan het voorkomen dat een schuldeiser afziet van de vordering of een deel daarvan. Daarvoor kunnen diverse redenen zijn.  Wanneer u schulden worden kwijtgescholden, is dat een geluk bij een ongeluk. Maar het is wel opletten geblazen, want kwijtschelding kan fiscale gevolgen hebben. We nemen dat hier in het kort door. Ons kantoor staat natuurlijk voor u klaar met op maat gemaakte uitleg en advies.

 

Kwijtscheldingswinstvrijstelling
Bij kwijtschelding van een vordering op u, geniet u als ondernemer een voordeel dat tot belastbare winst kan worden gerekend. Als ondernemer met schulden schiet u daarmee natuurlijk niet veel op. Dat ziet ook de wetgever in en om die reden kan kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zijn, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

 

Winstuitdeling of kapitaalstorting
De noodzakelijkheid van de kwijtschelding is voor de fiscus van doorslaggevende aard (dit geldt overigens ook in de privésfeer). Wanneer het innen van de vordering op u nog mogelijk is, kan de Belastingdienst de kwijtschelding zien als een vorm van winstuitdeling of kapitaalstorting (privé kan het als schenking worden gezien).

 

 

  • Bij kwijtschelding kan kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zijn, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
  • De noodzakelijkheid van de kwijtschelding is voor de fiscus van doorslaggevende aard.

Vanaf 1 januari 2018 moet een werkgever ook het minimumloon betalen voor overwerk. Dit is geregeld door aanpassing van het loonbegrip in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Dit heeft ook gevolgen voor de vakantiebijslag. De werknemer heeft recht op een vakantiebijslag die ten minste 8% bedraagt van zijn ten laste van de werkgever komende loon, met uitzondering van onder andere verdiensten uit overwerk. Deze uitzondering vervalt met ingang van 1 januari 2018. Wel kan in een cao worden bepaald dat de werknemer geen recht heeft op vakantiebijslag of op een lager bedrag aan vakantiebijslag.

 

Let op! 
Er is geen overgangsregeling getroffen. Ook voor overwerk dat vóór 1 januari 2018 is verricht – maar na 1 januari 2018 wordt betaald – is de werkgever vakantietoeslag verschuldigd. De werkgever kan dit voorkomen door:

  • het overwerk vóór 1 januari 2018 uit te betalen; of
  • ervoor te zorgen dat de werknemers de overwerkuren nog voor 1 januari 2018 opnemen door minder te werken.

 

Een overwerktoeslag behoort ook tot het loon voor de Wml. De werkgever moet dus ook over de overwerktoeslag vakantiebijslag betalen, tenzij in de cao een afwijkende regeling is opgenomen.

Een suppletieaangifte kan vanaf 1 januari 2018 alleen nog digitaal worden ingediend bij de Belastingdienst.

Correcties op ingediende btw-aangiftes over de afgelopen 5 jaar moeten worden ingediend, zodra duidelijk wordt dat er te weinig of te veel btw is betaald.
De ondernemer die niet aan deze ‘informatieverplichting’ voldoet, kan hiervoor een vergrijpboete krijgen als er sprake is van opzet of grove schuld.
Bedragen tot € 1.000 mogen echter worden verrekend in de eerstvolgende reguliere btw-aangifte. Daarvoor hoeft dus geen suppletieaangifte te worden gedaan.

  • 1
  • 2